085-4865262 (dagelijks 8.00u - 22.00u)

Ook schadevergoeding na zuiver politiesepot

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 19 februari 2013, LJN:BX5566 geoordeeld dat een verdachte ook na een sepot recht heeft op schadevergoeding. De Hoge Raad laat in deze uitspraak echter in het midden of dit alleen geldt bij een OM-sepot of ook na een zuiver politiesepot. In de lagere rechtspraak wordt hier wel duidelijkheid over gegeven.


OM-sepot

Een OM-sepot is een sepot dat wordt afgegeven door een officier van justitie. De officier besluit dan dat u niet langer als verdachte geldt, en dat u niet vervolgd wordt voor de strafzaak. De officier van justitie neemt dan de beslissing om de strafzaak te seponeren.

Politiesepot

Bij een politiesepot wordt de strafzaak geseponeerd door de politie. Vaak is er wel (kort) overleg geweest tussen de politie en het OM, maar u ontvangt uiteindelijk de brief van de politie.

Schadevergoeding na politiesepot

Ook nadat de politie een strafzaak heeft geseponeerd, hebt u recht op schadevergoeding op grond van artikel 89 en/of 591a Sv. Dit volgt uit een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, 21 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2553. Het hof overwoog als volgt:

De Hoge Raad heeft zich in zijn arrest van 19 februari 2013 (LJN BX5566) onder andere uitgelaten over de vraag of aan een gewezen verdachte wiens zaak is geseponeerd, een vergoeding kan worden toegekend voor de kosten van een raadsman. De Hoge Raad oordeelde dat een redelijke uitleg van de wet met zich meebrengt, dat het toekennen van een vergoeding voor de kosten van een raadsman op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering niet is uitgesloten. Daarbij liet de Hoge Raad in het midden of dit voor zowel het zogenaamde “OM-sepot” als het “politiesepot” geldt, ook indien in het laatste geval noch een officier van justitie noch een (gemandateerde) parketsecretaris enige inhoudelijke bemoeienis met de zaak heeft gehad. 

In de onderhavige zaak is er sprake van een zuiver “politiesepot”, dat wil zeggen dat uit het dossier niet blijkt van enige inhoudelijke bemoeienis van een officier van justitie of een (gemandateerde) parketsecretaris. In casu is tegen de verzoeker (en zijn echtgenote) door hun schoondochter aangifte gedaan van onttrekking van haar minderjarige dochter (de kleindochter van verzoeker) aan het ouderlijk gezag en van opzettelijke vrijheidsberoving van die minderjarige. De verzoeker en zijn echtgenote zijn daarop door de politie als verdachte gehoord op 26 juli 2012. Zij hebben de beschuldigingen van meet af aan ten stelligste ontkend. Bij brief van 2 oktober 2012 van de hulpofficier van justitie J. van den Burg van politie Zaanstreek-Waterland is de verzoeker bericht dat is besloten niet tot vervolging over te gaan wegens het ontbreken van voldoende bewijs. Tussentijds (eind augustus 2012) heeft de verzoeker juridisch advies ingewonnen bij zijn hierboven vermelde raadsman. Het onderhavige verzoek ziet op de in verband daarmee gemaakte kosten van rechtsbijstand. De omschreven omstandigheden in aanmerking genomen acht het hof gronden van billijkheid aanwezig de gevraagde vergoeding van € 357,- alsmede € 965,- zijnde het forfaitaire bedrag voor opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoekschrift in twee instanties toe te kennen.”

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Schadevergoeding